20 mrt 2009

St. Lucia - Martinique; weer stokbrood

Zodra mensen je gaan herkennen wordt het tijd om door te gaan. Zo ook in Rodney Bay, waar we bij de bakker begroet worden met "Hello, long time no see!". Na de lange trip vanuit Bequia doen we het een dag rustig aan, als is het nog steeds jakkeren om alle boodschappen en klusjes te doen die op ons lijstje stonden.

Als we een dag later vertrekken uit de haven en nog even willen tanken, krijg ik bijna ruzie met de tankjuffrouw. De regels zijn aangepast en voortaan moet er eerst betaald worden voordat er getankt wordt. Op zijn zachtst gezegd nogal onhandig als je de tank wilt "aftoppen" en niet vooraf weet hoeveel liters - laat staat gallons - dat zijn. Als dan ook de uitklaringspapieren van St. Vincent (we zijn illegaal in St. Lucia geweest omdat we voor die ene dag niet ingeklaard zijn vanwege de rompslomp en inklaringskosten) niet worden geaccepteerd om tax-free te kunnen tanken, komt de stoom uit mijn oren en blazen we rap de aftocht. In de stromende regen, zoals inmiddels gebruikelijk hier.

Aanvankelijk vertrekken we weer met een rif in het grootzeil - ons standaardtuig inmiddels, we hadden net zo goed met 8m2 minder kunnen volstaan toen we de nieuwe zeilen bestelden - maar nog voor we Pigeon Island ronden tettert de wind ons met 30 knopen om de oren. Het tweede rif gaat erin en met een puntje genua zetten we weer koers naar Martinique. Eenmaal uit de kust van St. Lucia stabiliseert de wind zich en rollen we de volledige genua uit. Het loopt lekker en de golven zijn flink, maar te doen. Met een grondsnelheid tussen de 7 en 8 knopen scheuren we met een knik in de schoot (net iets ruimer dan aan de wind) op Diamond Rock af. Eindelijk weer een lekkere zeildag.

Het natuurverschijnsel dat "de wind het land volgt" is op deze etappe duidelijk merkbaar. Omdat de heersende wind altijd uit het oost-noordoosten of noordoosten komt, komt de wind bij de noordelijke punt van een eiland bijna altijd recht van voren. Op een aandewindse koers varen we het eiland vrij, en op een paar mijl van het eiland ruimt de wind naar halve wind zodat de schoten iets gevierd kunnen worden. Vlak voor het volgende eiland ruimt de wind nog meer en komt soms bijna van achteren, zodat we voordewinds het eerste stuk van het eiland passeren. Na een (meestal korte) windstilte pakt dan de wind weer op, vaak weer op de kop.
De stroming hier in de Caribbean is iets om rekening mee te houden, daar zijn we inmiddels wel achter. Er staat doorgaans een westgaande stroming die tussen de eilanden kan oplopen tot twee knopen. Bij hoog- en laagwater wordt deze stroom verzwakt of versterkt doordat het tij mee of tegen staat. Als de stroom versterkt wordt, levert dat doorgaans een rustigere zee maar wordt je al zeilende meer naar het westen verzet. Wanneer de stroom verzwakt wordt levert dat een onrustige zee (wind-tegen-stroom), zeker bij een flinke golfhoogte, maar wordt je minder van de koerslijn verzet.

Het is opmerkelijk dat, hoewel de eilanden allemaal van vulkanische oorsprong zijn, de kusten er allemaal anders uitzien. De kust van St. Vincent is bergachtig, grillig en groen met rotsachte stranden. Overal steken palmbomen tussen de dichte bebossing uit en het lijkt alsof de uitlopers van de bergen allemaal driehoekige vormen hebben. De kust van St. Lucia is veel gevarieerder met, naast de kenmerkende hoge Pitons, soms witte stranden met palmbomen, dan weer hoge geelgekleurde kliffen die uitlopen in zee. De kust van Martinique ziet er op een of andere manier echt Frans uit met soms dorre kliffen, dan weer gemaaide velden en gevarieerde bebossing. Daartussen kleine dorpjes met altijd een klingelende kerktoren in het midden.

Als we uit de beschutting van Martinique de baai van Fort-de-France invaren, trekt de wind weer wat aan en houdt ook aan zodat we zeilend langs de noordwestkust van het eiland gaan. In de baai voor St. Pierre hoekt de wind alle richtingen op als gevolg van Mont Pelèe, de vulkaan die begin vorige eeuw tot uitbarsting kwam en St. Piere (toen nog de hoofdstad) verwoestte.

Wij gooien op roeiafstand van een betonnen pier het anker uit en gaan St. Pierre in. De stad is duidelijk herstellende van de grote staking die de Franse Antillen een paar weken lang in zijn greep hield. Veel restaurants zijn nog gesloten en in de supermarkten zijn de schappen nog leeg maar staan pallets vol nieuwe artikelen in de gangpaden opgesteld. Bij de 8-a-Huit vullen we onze scheepsvoorraad bij met Europeese producten en - hoe kan het anders - stokbrood.

Comment Notification Subscription

You have been unsubscribed from email notifications for any future comments to this post.
Reacties zijn gesloten

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties