14 feb 2010

Aruba – Jamaica, zwieren zwaaien kontje draaien

Nog even dit, nog even dat, de gebruikelijk stress die voorafgaat aan een oversteek van een paar dagen. Bovendien is het al weer even geleden dat we een paar nachten door hebben getrokken om een grote sprong te maken. Dit keer springen we de 500 mijl van Aruba naar Jamaica.

In de ochtend komen Pim en Meta nog even langs en met een laatste kop koffie nemen we afscheid van elkaar. Op Curacao en Aruba hebben we een erg leuke tijd met elkaar gehad, maar zij vertrekken met hun Linea richting Colombia en de San Blas eilanden.

Als uiteindelijk het anker eruit gaat, waait het weer als de rook en even twijfelen we. De vooruitzichten die we van diverse meteobronnen vandaan hebben geven geen reden tot twijfel. De eerste twee dagen een ONO wind van 15-20 knopen met een afnemende golfhoogte van twee naar één meter en dat is tot nu toe vrij uniek gebleken in deze regio in deze tijd van het jaar.

Met een krachtige wind en een flinke duw stroom in de rug zoeven we langs Aruba over een rustige zee, maar als we 's avonds uit de lij van het eiland komen begint de rodeo-ride, die hier onvermijdelijk lijkt op de Caraibische zee. Met een dubbel rif in het grootzeil en een rif in de fok weten we de krachten op de stuurautomaat en de loefbewegingen van het schip, veroorzaakt door de schuin van achter inkomende golven, te beperken. Van de verwachte wind en en golfhoogte is natuurlijk geen sprake, de praktijk is altijd anders.
Of het aan de slingerbewegingen van het schip gelegen heeft, de impact van zon en zout of een constructiefout dat zullen we nooit weten, maar halverwege de nacht (altijd ‘s nachts) worden we opgeschrikt door een luid geratel vlak achter de boot. De bevestiging van de propellor aan de as van de dynamo van de DuoGen heeft het begeven. En dat is vervelend want zonder DuoGen die ons op lange zeetochten van de nodige amperes voorziet is het snel uit met de electronische pret aan boord. Gelukkig heb ik heel de nacht om een oplossing te bedenken, want in het donker met deze golven valt er weinig te repareren.  Ik geloof dat we tegenwoordig nooit meer ergens heen kunnen zeilen zonder dat er iets  kapot gaat…

Pas na twee etmalen zwieren-zwaaien-kontje-draaien neemt de wind geleidelijk af en wordt ook de zee wat rustiger. We zeilen onder Haiti door. Even hebben we erover getwijfeld om Ile-a-Vache aan te doen maar we voelen weinig voor een nachtelijke ontmoeting met vluchtelingenbootjes die sinds de aardbeving uit Haiti vertrekken. Bovendien zien we er erg naar uit Jamaica te gaan ontdekken.
Op 100 mijl voor Jamaica zakt de wind helemaal in elkaar en we liggen te rollen op de golven die uit alle hoeken lijken te komen. De zuidgaande stroom die soms oploopt tot twee knopen maakt dat we langzaam vooruit kruipen. Niet erg, want met dit gangetje komen we precies met zonsopgang bij de haveningang van Port Antonio aan. Als we wisselen van wacht en we op een paar mijl langs de kust varen zien we de lichtjes en ruiken we de lucht van het land, een zoetige mengeling van aarde, barbeques en marihuana?.

  

Als we bij een opkomende zon de haven invaren lijkt het of we aankomen in een klein paradijsje. Een groen eiland, witte strandjes, hoge palmbomen, en op de achtergrond het stadje Port Antonio. We pikken de laatste vrije mooringboei op, die toevallig net naast de Santa Maria ligt. Koffie? Lekker!

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties