22 mrt 2009

Welcome to the jungle!

Als we na het inklaren weer aan boord zijn, worden we begroet door Roots, die ons voor een all-in prijs van 35 US$ per man een eilandtoer aanbied naar de Victoria Fall en de Emerald Pool. Het lijkt ons een schappelijke prijs voor een dag vermaak, dus gaan we akkoord en worden we de volgende dag om negen uur opgehaald aan boord. Helaas ontstaat daardoor 's ochtends een opstootje tussen de boatboy die ons hielp met de meerboei en Roots, omdat zijn business is weggekaapt. Ook op het water is het hier een jungle, blijkbaar.

Met vier engelsen van een naburige boot stappen we in de taxi van Fly, die ons over een lange, stijle kronkelwegen langs de ruige zuidkust van Dominica rijdt. Af en toe stopt hij om ons zijn dorp te laten zien, om theebladeren voor ons te plukken zodat we zelf bush-tea kunnen maken, of om een kokosnoot voor ons te slachten. Al sinds de Tobago Cays vroeg ik me af hoe het zit met kokosnoten en kokosmelk, maar Fly legt het ons haarfijn uit. Voor de kokosmelk (die in de verste verte niet lijkt op de kokosmelk uit een blikje) worden de kokosnoten uit de boom geplukt en met een groot mes "open gechopt". Eigenlijk moet er dan rum en cola bij, maar wij drinken hem puur. Pas als de noten van de boom gevallen zijn kunnen ze voor de witte kokos gebruikt worden. Wanneer dan de buitenste schil van de noot gepeld wordt (en dat valt niet mee) komt de rijpe, harige noot die bij ons in de schappen ligt tevoorschijn.
Het is erg leuk om te zien dat het hier heel gebruikelijk is om een noot te plukken als je dorst hebt. Je klimt in een palmboom, plukt een noot, kapt het topje eraf en drinkt de noot leeg. Daar staan we dan met twee flessen water in onze rugtas...

Uiteindelijk brengt de bergrit ons bij Moses - geen plaats maar een echte rastafari. Moses beschouwt de Victoria Fall als zijn achtertuin; een uitloper van zijn schitterend onderhouden moestuin waar werkelijk alles groeit en bloeit.
Er ontstaat verwarring over wie de gids betaalt, een vervelende situatie omdat wij van mening zijn dat we een all-in prijs betalen. Helaas is Moses zo verlegen met de situatie dat hij ons geen lunch aanbiedt. Erg jammer want dat schijnt een bijzondere ervaring te zijn. Uiteindelijk komen we een prijs (voor 20EC$ pp blijkt het achteraf een koopje) voor gids Jeff overeen en gaan we de bush in. Al hikend banen we ons een weg langs de White River. Het water in de rivier vindt zijn oorsprong in het Boiling Lake, een paar kilometer verderop, en is wit van kleur als gevolg van het hoge zwavelgehalte. Afwisselend lopen we door de woeste jungle en steken meerdere malen wadend of springend van steen naar steen de rivier over om uiteindelijk bij de hoogste waterval van Dominca te komen. Het is een geweldig gezicht als het water zich met een bulderend geraas vanaf een hoogte van 60 meter in een klein meer stort.

Terug in de taxi brengt onze chauffeur ons naar de Emerald Pool, een klein meertje onder een waterval in het Morne Three Pitons National Park. Het zoveelste Unesco Werelderfgoed dat we tijdens onze reis bezoeken. De waterval valt ons wat tegen in vergelijking met de waterval die we eerder vandaag zagen, maar de korte boswandeling door het regenwoud maakt veel goed.
Terug in Roseau legt boatboy Roots ons uit dat de gidsdiscussie op een misverstand berust. Met verontschuldigingen en een korting maakt hij het goed en hebben wij voor nog geen 30 US$ een geweldige dag gehad!

21 mrt 2009

Martinique - Dominica; Wai'toekoeboeli

Als we het anker lichten in St. Pierre staat er nauwelijks wind en op de motor varen we richting de noordelijke punt van het eiland. Daar komt meer wind en het wind-volgt-het-land effect is ook hier duidelijk merkbaar. De golfslag valt in eerste instantie mee, maar uit de beschutting komen de beloofde golven ons met een golfhoogte van 2 meter tegemoet rollen. We zijn weer op open zee, maar het valt mee en het schiet lekker op. De passage van 25 mijl is in krap 3 uur beslecht en achter Scott's Head komen we in rustiger vaarwater. Wat golven betreft, want de verraderlijke wind vlaagt ons om de oren. Zo geeft de windmeter krap 6 knopen wind aan, dan weer wijst de meter ineens boven de 30 knopen aan. Dominica is berucht om deze valwinden, die op zijn hevigst zijn wanneer er geen of nauwelijks bewolking boven het land hangt. Zoals vandaag.

Nog voor we de hoofdstad Roseau kunnen zien liggen komen de boatboys al op ons afgescheurd, alsof het een wedstrijd is - en dat is het voor hun ook in zakelijke zin. Ankeren is in deze hoek nauwelijks mogelijk vanwege de steil oplopende, rotsachtige bodem dus knopen we de boot vast aan een meerboei. Beide boatboys willen ons een tour aanbieden, maar omdat we eerst willen inklaren bij de douane wimpelen we ze af.
Na het inklaren lopen we door de hoofdstad van Wai'toekoeboeli. Lang voor de huidige bewoners gaven de indianen Dominica deze naam, dat "lang is haar lichaam" betekent. De hoofdstad komt ons verrassend leuk en levendig voor. Overal worden we begroet door vriendelijke mensen en de fleurige koloniale huizen geven de stad een vrolijke indruk.

20 mrt 2009

St. Lucia - Martinique; weer stokbrood

Zodra mensen je gaan herkennen wordt het tijd om door te gaan. Zo ook in Rodney Bay, waar we bij de bakker begroet worden met "Hello, long time no see!". Na de lange trip vanuit Bequia doen we het een dag rustig aan, als is het nog steeds jakkeren om alle boodschappen en klusjes te doen die op ons lijstje stonden.

Als we een dag later vertrekken uit de haven en nog even willen tanken, krijg ik bijna ruzie met de tankjuffrouw. De regels zijn aangepast en voortaan moet er eerst betaald worden voordat er getankt wordt. Op zijn zachtst gezegd nogal onhandig als je de tank wilt "aftoppen" en niet vooraf weet hoeveel liters - laat staat gallons - dat zijn. Als dan ook de uitklaringspapieren van St. Vincent (we zijn illegaal in St. Lucia geweest omdat we voor die ene dag niet ingeklaard zijn vanwege de rompslomp en inklaringskosten) niet worden geaccepteerd om tax-free te kunnen tanken, komt de stoom uit mijn oren en blazen we rap de aftocht. In de stromende regen, zoals inmiddels gebruikelijk hier.

Aanvankelijk vertrekken we weer met een rif in het grootzeil - ons standaardtuig inmiddels, we hadden net zo goed met 8m2 minder kunnen volstaan toen we de nieuwe zeilen bestelden - maar nog voor we Pigeon Island ronden tettert de wind ons met 30 knopen om de oren. Het tweede rif gaat erin en met een puntje genua zetten we weer koers naar Martinique. Eenmaal uit de kust van St. Lucia stabiliseert de wind zich en rollen we de volledige genua uit. Het loopt lekker en de golven zijn flink, maar te doen. Met een grondsnelheid tussen de 7 en 8 knopen scheuren we met een knik in de schoot (net iets ruimer dan aan de wind) op Diamond Rock af. Eindelijk weer een lekkere zeildag.

Het natuurverschijnsel dat "de wind het land volgt" is op deze etappe duidelijk merkbaar. Omdat de heersende wind altijd uit het oost-noordoosten of noordoosten komt, komt de wind bij de noordelijke punt van een eiland bijna altijd recht van voren. Op een aandewindse koers varen we het eiland vrij, en op een paar mijl van het eiland ruimt de wind naar halve wind zodat de schoten iets gevierd kunnen worden. Vlak voor het volgende eiland ruimt de wind nog meer en komt soms bijna van achteren, zodat we voordewinds het eerste stuk van het eiland passeren. Na een (meestal korte) windstilte pakt dan de wind weer op, vaak weer op de kop.
De stroming hier in de Caribbean is iets om rekening mee te houden, daar zijn we inmiddels wel achter. Er staat doorgaans een westgaande stroming die tussen de eilanden kan oplopen tot twee knopen. Bij hoog- en laagwater wordt deze stroom verzwakt of versterkt doordat het tij mee of tegen staat. Als de stroom versterkt wordt, levert dat doorgaans een rustigere zee maar wordt je al zeilende meer naar het westen verzet. Wanneer de stroom verzwakt wordt levert dat een onrustige zee (wind-tegen-stroom), zeker bij een flinke golfhoogte, maar wordt je minder van de koerslijn verzet.

Het is opmerkelijk dat, hoewel de eilanden allemaal van vulkanische oorsprong zijn, de kusten er allemaal anders uitzien. De kust van St. Vincent is bergachtig, grillig en groen met rotsachte stranden. Overal steken palmbomen tussen de dichte bebossing uit en het lijkt alsof de uitlopers van de bergen allemaal driehoekige vormen hebben. De kust van St. Lucia is veel gevarieerder met, naast de kenmerkende hoge Pitons, soms witte stranden met palmbomen, dan weer hoge geelgekleurde kliffen die uitlopen in zee. De kust van Martinique ziet er op een of andere manier echt Frans uit met soms dorre kliffen, dan weer gemaaide velden en gevarieerde bebossing. Daartussen kleine dorpjes met altijd een klingelende kerktoren in het midden.

Als we uit de beschutting van Martinique de baai van Fort-de-France invaren, trekt de wind weer wat aan en houdt ook aan zodat we zeilend langs de noordwestkust van het eiland gaan. In de baai voor St. Pierre hoekt de wind alle richtingen op als gevolg van Mont Pelèe, de vulkaan die begin vorige eeuw tot uitbarsting kwam en St. Piere (toen nog de hoofdstad) verwoestte.

Wij gooien op roeiafstand van een betonnen pier het anker uit en gaan St. Pierre in. De stad is duidelijk herstellende van de grote staking die de Franse Antillen een paar weken lang in zijn greep hield. Veel restaurants zijn nog gesloten en in de supermarkten zijn de schappen nog leeg maar staan pallets vol nieuwe artikelen in de gangpaden opgesteld. Bij de 8-a-Huit vullen we onze scheepsvoorraad bij met Europeese producten en - hoe kan het anders - stokbrood.

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties