16 mrt 2010

Cayo Largo – Cayo Rosario; de boeken in

Op Cayo Largo is het voor ons de laatste mogelijkheid ons 30 dagen durende visum met nog eens 30 dagen te verlengen, want het ziet er niet naar uit dat we voordat ons visum verstreken is in Havanna zullen zijn. Cuba is groot en de afstanden zijn dat ook. Hoewel we aanvankelijk dachten het grootste deel in dagtochten te kunnen zeilen ontkomen we er niet aan een paar keer een nacht door te halen om mijlen te maken. Het zeilweer is niet wat we er van verwacht hebben (vergeet niet dat het hier ook winter is, merkte een medezeiler laatst toepasselijk op) en ook vallen de eilanden, die volgens Nigel Calder´s pilot schitterend moeten zijn, ons tegen. Meer dan een strand met een mangegrovebos is het vaak niet, de doorgangen door het rif zijn weliswaar beschreven maar tricky en de ankerplaatsen voor ons vaak te ondiep. Bij het binnenvaren bij Cayo Rosario blijkt dat ook weer. Hoewel de toegang hier betond is, loopt de diepte langzaam op en op ruim een mijl voor het eiland moeten we voor anker. De omgeving is weinig paradijslijk en de ankergrond voornamelijk schildpaddengras. Als we toch dichterbij willen komen lopen we vast om vervolgens niet meer los te komen. Gelukkig varen we samen op met de Santa Maria die ons van de ondiepte af kan trekken. Waar anders de BlueChart kaarten van Garmin en CMap goed gedetailleerd zijn, ontbreken nu vele dieptepeilingen. Gelukkig heb ik een set Edimar kaarten van Cuba maar ook deze bieden lang niet altijd het gewenste detail, dat blijkt.

Toch was de tocht naar Cayo Rosario er eentje die de boeken in kan. Bij vertrek staat er een heerlijk windje, een warm zonnetje en met een kleine 15 knopen wind varen we over een vlakke zee aandewind naar Cayo Rosario. Op afstand zien we de witte strandjes afgewisseld met mangrovebossen en alle kleuren blauw die water kan hebben. Af en toe passeren we een ondiepte en op 12 meter diepte zien we de schaduw van onze boot voorbij varen. Het is heerlijk zeilen en hier doen we het voor!
Dan besluit ik mijn geluk te beproeven en gooi sinds lange tijd de vislijn eens uit. Net als Ascha heerlijk in het zonnetje ligt te sudderen en ik in een boek begonnen ben, klinkt er een luide knal en knapt het elastiek dat de eerste aanbeet op moet vangen. Het rolletje lijn ratelt af en het beetpakken ervan levert me drie sneeen in mijn vingers op. Dit is een flinke jongen! Het valt dan ook niet mee de lijn op de hand in te halen want er wordt flink aan getrokken. Als de lijn op een scheepslengte van de boot is zien we iets wits door het water flitsen en vrezen even dat we een dolfijn te pakken hebben. Totdat we een joekel van een tonijn het water uit zien springen! Met een flinke hijs tillen het beest aan boord en een scheut Hoppe doet weer wonderen. Na het ankeren gaat het mes erin, de huid is zo stevig dat het lijkt alsof ‘ie in dik plastic verpakt is maar we weten er vier grote filets uit te snijden. Goed voor drie kilo tonijnfilet!
Voor vanavond staat er echter kreeft op het menu, dus de tonijn gaat aan boord van de Santa Maria de vriezer in. Door een stel Duitse charteraars die we in Cienfuegos ontmoetten zijn we uitgenodigd omdat zij de kreeft, door hun Cubaanse marinero bij elkaar gedoken, niet op kunnen krijgen. Een heerlijk avondje!

  

  

13 mrt 2010

Cienfuegos – Cayo Largo; troebel water

Als het front is overgetrokken en de wind is geruimd naar het noordwesten vertrekken aan het eind van de middag voor de 80 mijl naar Cayo Largo. Maar niet voordat we ons stempeltje in de despachio hebben, en zo makkelijk en vriendelijk als dat voorheen ging, zo moeizaam gaat dat nu. De mannen willen voor vertrek toch echt de boot van binnen zien en durven tijdens het invullen van de papierhandel zelfs om een biertje te vragen. Dat overigens netjes in de tas verdwijnt...

Als we uiteindelijk het zeegat uitvaren waait het nauwelijks maar staat er nog een enorm hoekige zee van de afgelopen dagen. En de stroming die daar nu dwars op staat maakt het niet minder. Even is er de verleiding om terug te gaan en aan te schuiven bij het feest dat we passeerden vlak bij de ingang.
Met de motor bij om gang te houden boren we ons door de vierkante golven en we duiken af en toe zo hard dat het anker ligt de klapperen op het ankerbeslag. Met zeilpak en laarzen aan kruip ik naar voren en terwijl ik het anker borg verdwijn ik een paar keer onder water in een overkomende golf. Ik ben tot op de huid doorweekt en dat met 12 knopen bakstagwind.

Na een paar uur doorha(r/k)ken wordt het rustiger en trekt de wind net genoeg aan om het zeilend te houden. Als we de vuurtoren bij Guano del Este ronden en een westelijke koers gaan voorliggen, varen we in beschut water op een aandewindse koers. Het zal dan ook niet zijn van de zeeziekte dat ik moet spugen, maar of het nou de zojuist naar binnen gewerkte noodles zijn geweest die anderhalf jaar over datum zijn of een buikgriepvirus dat hier heerst (de een na de andere cruiser wordt geveld, zo horen we) laat ik in het midden. De resterende pakjes noodles gaan in ieder geval uit voorzorg de vuilnisbak in.

Na een rustig verlopen nacht varen we bij het ochtendgloren de prachtige wateren van Cayo Largo in en volgen het nieuw gebaggerde kanaaltje naar de marina. In onze ruim tien jaar oude pilot lijkt het een hele puzzel om er te komen, maar dit nieuwe kanaaltje is keurig betond en niet te missen.
Eenmaal afgemeerd staan de troepen al te wachten op de steiger, inclusief drugshond. Net nadat de formaliteiten zijn afgehandeld worden we verrast door een oud dubbeldeks vliegtuigje dat haaks op de wind en landingsrichting van het vliegveld laag komt overvliegen. Nog groter is onze verbazing als even later een pakketje uit het vliegtuigje gegooid wordt dat even verderop neerploft. Blijkbaar wordt op deze manier de post hier bezorgd want dagelijks om dezelfde tijd gooit het vliegtuigje een pakketje af. Ook dat is Cuba.

  

We doen het hier een paar dagen rustig aan en maken de boot schoon, vullen de watertanks en genieten van deze paradijslijke omgeving. Hoewel genieten, naar het schijnt waren de anders zo mooi gekleurde wateren deze dagen wat troebeler en donkerder van kleur, want twee dagen later wordt ook Ascha geveld en de toiletpomp maakt overuren.

13 mrt 2010

Cienfuegos en Trinidad

Normaal gesproken houden we er allebei niet van om in een paardenkar rondgereden te worden. Ten eerste is het vaak een veel te duur betaalde toeristische attractie maar bovendien voelen we ons nogal ongemakkelijk om zo in de kijkert te zitten. Hier in Cienfuegos echter, is de paardenkar het enige vervoermiddel door de stad waar ook locals gebruik van maken. Overal rijden gekleurde karren met klakkende paarden door de straten.
En hoewel het vervoer hier met paard en wagen gaat, maakt Cienfuegos een welvarender indruk dan Santiago de Cuba. De buurten waar we doorheen rijden zijn, voor Cubaanse begrippen, netjes verzorgt met hier een daar een parkje en zelfs keurig onderhouden tuinen. De binnenstad echter heeft aanzienlijk minder sfeer dan Santiago.

  

We doen ons best om inkopen te doen. De stad heeft een paar Panamericana supermarkten, maar men verkoopt er vooral veel van hetzelfde. Met schappen van vijf meter lang en vier hoog met dezelfde soort spaghetti, koekjes of kaasbolletjes zijn de winkels snel gevuld. Brood blijkt overal lastig te verkrijgen, totdat we op de hoek van de straat een bakkertje ontdekken waar een enorme rij mensen staat. Om half drie heeft de bakker vers brood en iedereen kan dan zijn broodbonnetjes inleveren voor een brood. Een paar dagen later gaan ook wij in de rij en we kopen twee broden voor 4 lokale peso 't stuk. Omgerekend 30 cent.
Groenten en fruit halen we op de markt. Vanwege het socialistische regime, waar niemand geacht wordt winst te maken, zijn de aardappelen, ananassen of sinaasappelen overal dezelfde prijs. Al weten ze ons toeristen natuurlijk wel te foppen en wij betalen 15 lokale peso voor een dikke ananas waar een ander er twee voor krijgt. Toe maar. Dat alles onder het toeziend oog van Fidel Castro en Ché Guevara, want overal hangen portretten van de revolutionaren aan de wand. Dat is niet alleen voorbehouden aan overheidsgebouwen (en dat zijn er nogal wat) maar ook in dit marktgebouw, een verdwaalde bushalte midden in de rimboe of op grote billboards op straat.

  

Vanuit Cienfuegos huren we een autootje en rijden naar Trinidad. De weg erheen is keurig aangelegd, op een klein stukje met flinke kuilen na, en behalve een enkele taxi, een paar huurauto's en volle toeristenbussen komen we weinig verkeer tegen.
Trinidad is een van de oudste dorpjes van Cuba en daarmee een van de grootste attracties. Volgens onze reisgids moet het zeer de moeite waard zijn, maar als we een rondje rond het plein met de kerk lopen valt het ons wat tegen. Ook de hoeveelheid toeristen valt ons wat tegen, terwijl we onderweg toch bussen genoeg gezien hebben. Natuurlijk blijken we twee rondjes rond het verkeerde plein gelopen te hebben en als we de weg naar de lokale Casa de la Trova vragen komen we in het oude Trinidad terecht, en het lijkt echt alsof we hier terug in de tijd gaan. Niet voor niets staat ook dit stadje in de UNESCO lijst van World Heritage Sites.
Ondanks alle drukte gaat het leven hier zijn dagelijkse gang en hoewel dat op ons als toeristen een heerlijke onbezorgde indruk maakt, is het leven in Cuba alles behalve makkelijk.

  

   

   

Omdat Cienfuegos ons verder weinig te bieden heeft, willen we door. Maar een aankomend koufront zorgt voor een harde zuidwestenwind in de baai en buiten is het nog gekker. Bovendien is het zuidwesten precies de richting die we op willen. We wachten twee dagen tot de wind is geruimd en wat is gaan luwen. We maken van de tijd gebruik om nog wat communicatie met het thuisfront te verzorgen. Internet is hier via wifi nergens beschikbaar - zelfs onbeveiligde access points laten zich hier nergens zien – en is helaas enkel beschikbaar in de telefoonwinkel tegen 6 CUC per uur en alleen voor toeristen op vertoon van paspoort. Dat is flink afkicken want tot nu toe hadden we overal, zelfs op de meest afgelegen plaatsen, wel internet aan boord!

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties