8 mrt 2010

Casilda – Cienfuegos; sportief zeilen

Aanvankelijk hadden we het plan om vanuit Casilda een bezoek aan het nabijgelegen Trinidad te brengen, volgens de reisgids een must-see in Cuba. Helaas is de ankerplaats hier niet je-van-het. We hebben maar weinig water onder de kiel en de bodem is met al zijn gras en modder niet de beste houdgrond voor het anker. Bovendien moeten we een heel eind met de bijboot naar de wal varen om vervolgens een flink eind naar het dichtstbijzijnde hotel te lopen voor een taxi, en het waait hier soms flink zodat het een natte rit zal worden. We besluiten dan ook door te varen naar Cienfuegos en daar te proberen een auto te huren. Dan zien we meteen wat meer van het binnenland van Cuba.

Rond achten halen we het anker uit de modder en varen naar buiten. Genietend van een dampend bakkie varen we door het waddengebied als de autopilot plots besluit dat het noorden 100 graden oostelijker ligt. Snel op de hand sturen want we voelen weinig voor een harde confrontatie met de modder of de betonning hier. Alles gereset, nippend van een tweede bakkie ligt het noorden ineens 150 graden zuidelijker en varen we bijna dwarsscheeps bij Joost en José naar binnen! Wat is dit nu weer? Enig zoeken binnen levert twee nieuwe buitenspeakers op die ik gisteren in een ander kastje had gelegd, vlak boven het stuurkompas van de autopilot. Gelukkig is dat eenvoudig te verhelpen en eenmaal op ruim water calibreren we de autopilot opnieuw en houdt deze weer vertrouwd zijn koers.

De wind waait ook vandaag weer alle kanten op maar we houden het zeilende. Als vanzelf gaan we twee keer overstag omdat de wind meer dan 100 graden omhoekt, maar het blijft bezeild dus we klagen niet. De laatste twee uur trekt de wind zelfs nog even stevig aan. Omdat we aan hogerwal varen krijgen golven geen kans om op te bouwen en we speren dan ook over het water. We trimmen de grootschoot op de hand om de vlagen op te vangen en voor het eerst piept de autopilot dat deze echt niet meer roeruitslag kan geven. Eigenlijk is dat het laatste signaal dat aangeeft dat de boot overtuigd is en we een rif moeten zetten, maar de haveningang is in zicht en we stuiven zo lekker door.
Als we voor de haven het zeil laten zakken, worden we tegemoet gevaren door de Cubaanse Marine. Gelukkig varen de mannen ons zwaaiend voorbij en zoeken wij ons een weg naar de marina. Omdat het ook op het binnenwater nog flink waait is de hele marina lagerwal, dus besluiten we het anker uit te gooien en met de bijboot de formaliteiten af te handelen.

  

   

Hoewel we in Santiago officieel zijn ingeklaard, worden we geacht in elke marina een bezoek te brengen aan Immigracion, de Guarda Frontera en Aduana. En om in Cubaanse wateren te mogen zeilen hebben we een cruising permit nodig, de zogenaamde despachio. Dit officiele formulier, met zegels en stempels, wordt uitgegeven voor het komende traject en moet elke keer getekend en gestempeld worden. Alle overige formulieren worden op elke lokatie gewoon opnieuw in veelvoud overgeschreven, waarbij een carbonpapiertje eerder uitzondering dan regel is. Tot op heden echter, worden overal even vriendelijk behandeld - al zal dat ook iets te maken hebben met de drie woorden spaans die we proberen te spreken...

7 mrt 2010

Chivirico – Casilda; alles of niets

's Ochtends worden gewekt door het geluid van tientallen kraaiende hanen. Even later zoeken we het gaatje weer naar buiten en zeilen we verder langs het hoge gebergte van de Sierra Maestra. Helaas valt ook nu weer 's middags de wind weg om pas na enkele uren motoren weer langzaam aan te trekken. Uitgezwaaid door een paar kleine dolfijnen zeilen we de nacht in, preventief een rif in het zeil. Als ter hoogte van Cabo Cruz komen worden we promt omgegooid door een dikke windstoot, en al snel volgen er nog een paar. Snel gaat het tweede rif in het grootzeil, en in de genua. Niet veel later gevolgd door een derde rif in het grootzeil. Het wordt een wilde nacht. Harde windstoten en een vierkante zee met golven uit verschillende richtingen smijten ons alle kanten op.

  

Net als we boot en zeilen weer onder controle hebben begint de autopilot onverwacht te piepen en geeft er de brui aan. De boot loeft op en draait met klapperende zeilen in de wind. We liggen dwarsscheeps in een enorme klotsbak. Snel leggen we de boot weer op koers en de autopilot gaat weer aan. Even gaat het goed maar niet veel later volgt een herhaling; de autopilot gaat piepend op standby, de boot loeft stuurloos op en even later liggen we weer dwarszees. Dit is niet echt het weer voor dit soort grappen, daar hebben we slechte herinneringen aan! Als blijkt dat ook de draadloze afstandbediening van de autopilot is uitgegaan (wat niet vanzelf gaat) worden alle systemen weer gereset en haalt Ascha de batterijen uit de afstandbediening. Probleem verholpen. Moge de ontwerper van de Raymarine s100 Remote autopilotafstandbediening inmiddels ontslagen zijn want wat een joekel van een ontwerpfout om de autopilot op standby te zetten wanneer deze zijn laatste signaal uitzendt als de batterijen (bijna) op zijn!
Boot en techniek zijn weer onder controle maar er volgt een nacht waarin we aan slapen niet toekomen, de zeilpakken kunnen voor het eerst weer uit de kast en het is koud buiten. Het alles of niets hier, zo lijkt het.

Pas tegen de ochtend wordt het rustiger en nemen de golven en wind geleidelijk af. Bestemming voor vandaag zijn de Jardines de la Reina, ofwel de tuinen van de Koningin. Een lange rij van vier groepen Cayo's die voor ons opdoemen als zijn het oases in de oceaan. Uit het niets rijzen groepjes mangroves op tussen de parelwitte strandjes en even lijkt het wel of we, met enige fantasie, op een mooie zomerdag over de Oosterschelde langs het strand van Ouwerkerk varen.
In de Cayos Labyrinto de las Doce Leguas zou er volgens onze pilot een mooie rustige ankerplaats zijn bij Cayo Cachiboca en we zien er naar uit om daar eens lekker bij te komen van deze nacht. Dit gebied is nauwelijks gecarteerd en helaas doet deze Cayo zijn naam eer aan want voor de deur ligt een labyrint van koraalkoppen in het zand en als de diepte onder de twee-en-halve meter komt maken we dat we wegkomen voordat we verdwalen. Helaas bieden de andere Cayo's ook geen beschutting in voor ons toegankelijke ankerplaatsen, en de ene die wel toegankelijk is halen we niet meer voor het donker wordt dus zit er niets anders op dan door te varen naar Casilda, de eindbestemming. De Santa Maria vaart een paar mijl achter ons en ook zij besluiten door te varen.
Zo hard als het vannacht waaide, zo weinig wind is er vanmiddag. Het is halen en brengen, dan zakt de wind helemaal in elkaar, dan waait het 15 knopen uit het noordoosten, het volgende moment waaien we als vanzelf overstag omdat de wind draait naar het zuidwesten en dan is de wind weer helemaal op. Dit herhaalt zich een paar keer en steeds moet de motor even bij om ons door de windstille momenten heen te trekken.

Over de windverwachting hier kun je een studie maken. Volgens de pilot waait de “prevailing wind” uit het noordoosten, passaatwind. Maar vanwege het katabisch effect, veroorzaakt door een grote landmassa in zee (vergelijkbaar met het land-/zeewind effect) ruimt in de loop van de dag de wind en komt van zee. In de nacht krimpt of ruimt de wind terug en waait vanaf het land uit noordelijke richting, waarbij het overdag doorgaans harder waait dan ‘s nachts.
Dan zijn er de hoge bergen in deze regio die harde valwinden veroorzaken, dikke vlagen die uit de bergen komen razen. En intussen hebben we onder de kust van bergachtige eilanden geleerd dat de wind de kust van het land volgt. Bij kapen wordt dat effect nog versterkt en gaan we er vanuit dat het altijd 10 knopen harder waait.
Tenslotte zijn er koufronten die hier met regelmaat overkomen, want hoewel het over het algemeen prachtig weer is, ook hier is het winter. Voordat een koufront overtrekt komt de wind uit zuidwestelijke richting en na de passage ruimt deze via het noordwesten naar het noorden om tenslotte in kracht af te nemen en weer uit het het noordoosten te waaien.
Maar hoezeer we ook studeren, de wind die vandaag en gisteren afwisselend uit het zuidwesten en noordwesten waait kunnen we niet verklaren en ook de harde wind ‘s nachts zijn ons een raadsel. De weerkaarten van NOAA verwachten noordoostenwind en de GRIB's noordoost ruimend oost. Beiden zijn het erover eens dat het niet meer dan 10 tot 15 knopen zal waaien. Enkel de NWS verwachtingen die we met de NavTex uit Miami ontvangen spreken van noordenwind, maar hooguit 20 knopen in vlagen.
Zonder een internetverbinding zijn de weerkaarten en GRIB’s niet te verkrijgen en is onze enige bron van informatie de genoemde NavTex die twee maal per dag een weerbericht ontvangt. Gelukkig heeft de Santa Maria een SSB installatie aan boord waarmee we twee maal per dag weerfaxen kunnen ontvangen en GRIB’s kunnen opvragen.

En omdat de praktijk altijd anders blijkt te zijn - het koufront is inmiddels lang en breed overgetrokken en we varen intussen midden op zee (de Cayo’s liggen 40 mijl uit de kust) dus van een katabisch effect kan geen sprake zijn – is de windrichting op het moment weer noordwest en trekt vanavond aan naar een constante 15 knopen. De koers naar Casilda is aan de wind, maar net bezeild en in de lij van de eilandjes varen we op rustig, vlak water.
Totdat ik vlak voor middernacht mijn bed uit wordt getorpedeerd en in tijd van een paar minuten de wind weer aantrekt naar 30 knopen, op de kop. Zeilbroek, laarzen en zwemvest aan, en aangehaakt naar voren om het derde rif (de eerste twee zaten er al preventief in) in het grootzeil te trekken. De genua rollen we ook meteen weer een eind in en voor we het weten beuken we weer tegen vlagen van 35 knopen op en is de vlakke zee veranderd in een heksenketel. Dat wordt weer een lekkere nacht...
Afwisselend proberen we onze wachten te draaien en wat te slapen maar op deze vierkante zee komt daar weinig van. Het is van dik hout zaagt men planken.

  

Pas tegen de ochtend nemen wind en golven geleidelijk weer wat af en na twee korte slagen kunnen we voor de doorgang in het rif de zeilen laten zakken.
Op de motor slalommen we anderhalf uur door een soort waddengebied. Bijna is het alsof we weer in de lagune bij Faro varen, anderhalf jaar geleden. Volgens onze pilot moeten we ons melden bij de Guarda Frontera in de vissershaven, maar de vissers staan raar te kijken als we langszij afmeren en informeren. Het kantoortje is al jaren geleden verhuisd naar de jachthaven aan de overkant. We gooien we het anker uit en met Joost vaar ik in de bijboot naar het haventje. Dat blijkt keurig te zijn aangelegd, maar vanwege de beperkte diepgang van net anderhalve meter in het toegangskanaaltje komt daar, behalve een paar lokale boten die toeristen van het nabijgelegen hotel vermaken, geen enkele bezoeker. De jongemannen van de Guarda willen aanvankelijk graag meevaren maar als ze de kleine bijboot zien beloven ze aan het eind van de dag zelf langs te komen om de despachio voor het traject naar Cienfuegos in orde te maken. Blijkbaar voelen ze weinig voor een nat pak. Dat komt goed uit, dan kunnen wij eerst nog een paar uur slaap pakken na deze twee vermoeiende nachten!

4 mrt 2010

Santiago – Chivirico; erwten en worteltjes

Als tijdens een dikke bui de laatste formaliteiten worden afgehandeld, en we een despacho (cruising permit) krijgen zijn we vrij om te vertrekken. Nou ja vrij, met deze despacho mogen we van Santiago naar Casilda varen, ondertussen overal ankeren maar nergens aan wal zonder opnieuw in te klaren en de despacho te laten stempelen. Hoezo vrij.

De Santa Maria is even voor ons vertrokken maar als wij buiten zijn en de laatste rukwinden uit een overtrekkend koufront over ons heen krijgen zijn we ze zo bijgelopen. Tijdens een flinke vlaag helt de boot zo ver over dat een pot met doperwten en worteljes uit de kast valt. De val van het glazen potje wordt letterlijk en figuurlijk gebroken door de mastvoet en de inhoud van het potje ligt over de vloer verspreid terwijl het vocht zich een weg naar de bilge zoekt. De lucht ruiken we nog een paar dagen en drie weken later vinden we nog her en der erwtjes.

Helaas valt kort daarna de wind weg en motorzeilend varen we onderlangs de indrukwekkende bergen van de Sierra Maestra. Enigszins huiverig houden we temperatuurmeter in de gaten vanwege de warmteontwikkeling die we hadden op weg naar Santiago, maar dat probleem lijkt te zijn verholpen.
Bij het binnenvaren van Chivirico is het zoeken naar een gaatje in de modder. Volgens de pilot moeten we hier naar binnen kunnen en na twee keer zachtjes vastlopen in de modder vinden we inderdaad het gaatje en ankeren we in een kleine lagune.

  

Welkom op Sailinglive.nl

In de zomer 2008 vertrokken we voor een reis met onze zeilboot Live, een Baltic 39 uit Zierikzee. Langs de westkust van Europa zeilden we naar het zuiden om vervolgens de Atlantische oversteek te maken naar de Caribbean, waar we een jaar lang hebben rondgezeild. Daarna ging het via Cuba naar de Verenigde Staten. In mei 2010 zeilden we de Oosterschelde weer op een keerden na duizenden zeemijl weer terug in onze thuishaven.

Laatste reacties